Maatregelen om vaker kamers te bouwen

30-09-2019

Om de woningnood onder studenten op te lossen wordt ook gekeken naar de bouw van onzelfstandige woningen. Kamers dus, in een studentencomplex of –huis met gedeelde voorzieningen. Het wordt gezien als een goed begin om op jezelf te gaan wonen en bovendien als een manier om spontaan veel sociale contacten op te doen. Nieuw onderzoek laat zien dat gerichte maatregelen nodig zijn om bouw van kamers mogelijk te maken.

 

In het verleden bestond vrijwel alle studentenhuisvesting uit kamers met gedeelde voorzieningen in grote studentencomplexen en studentenhuizen. Daar kwam verandering in toen in 1996 de huurtoeslag voor kamers werd afgeschaft. Studentenhuisvesters gingen vooral zelfstandige woningen bouwen, waar je nog wel huurtoeslag voor kreeg. Dat kwam overigens ook door een toegenomen kwaliteitsvraag. Veel, vooral ouderejaars, studenten wilden wel eens een eigen voordeur, keuken en badkamer. Nu klinkt de roep om ook weer kamers te bouwen, vooral als oplossing voor het tekort aan studentenhuisvesting. Ook minister Ollongren van Binnenlandse Zaken deed in een brief aan de Tweede Kamer een oproep om dat weer mogelijk te maken.

Bouwkosten verschillen niet

Hoewel DUWO nieuwe studentencomplexen soms deels met kamers met gedeelde voorzieningen inricht, is ook hier het gros van de nieuwbouw nog steeds zelfstandig. Voor andere studentenhuisvesters en investeerders die zich met studentenhuisvesting bezighouden geldt dat eveneens.

Onderzoeksinstituut RIGO deed in opdracht van de overheid een studie naar onzelfstandige woningen voor studenten en naar maatregelen die het Rijk kan nemen om de bouw ervan te bevorderen. Een belangrijke conclusie is dat bouwkosten van studentenkamers nauwelijks lager zijn dan die van zelfstandige studentenwoningen. Niettemin worden studentenkamers niet gebouwd en zelfstandige woningen wel, omdat de investeringen feitelijk niet terug worden verdiend. Voor kamers mag namelijk veel minder huur worden gevraagd dan voor zelfstandige woningen vanwege verschillen in het woningwaarderingsstelsel (WWS, het bekende puntensysteem) dat voor die twee typen woningen geldt. Het rendement van de bouw van zelfstandige woningen is dan ook veel beter.

Huurtoeslag en aanpassing puntensysteem

Volgens het RIGO zou de opbrengst van studentenkamers kunnen worden verhoogd als het WWS voor onzelfstandige woningen wordt aangepast. Het gaat er met name om dat ook de energieprestatie van de kamer gaat meetellen, zoals dat bij het WWS voor zelfstandige woningen al het geval is. Mogelijk worden daarmee twee vliegen in één klap geslagen, omdat het tegelijkertijd een stimulans voor verduurzaming van bestaande kamers met gedeelde voorzieningen zou zijn. Een hogere opbrengst betekent natuurlijk een hogere te vragen huur en om de kamers vervolgens betaalbaar te houden, zou dan wel weer de huurtoeslag voor onzelfstandige woningen moeten worden ingevoerd. Of een andere vorm van woonlastenondersteuning. Zo kan het Rijk als alternatief voor invoering van huurtoeslag ook objectsubsidie verlenen aan bouwers van studentenkamers. Het zou dan wel om een bedrag van 20.000 euro per te bouwen kamer moeten gaan.

De komende periode moet helder worden of de bouw van kamers met gedeelde voorzieningen haalbaar gemaakt wordt door maatregelen van het Rijk.

 

Deel deze pagina

 
Annuleren

Waarmee kunnen wij je helpen?

Begin hier met zoeken!

Geen resultaten gevonden